De Stoïcijnen – de denkers die de basis hebben gelegd voor de cognitieve gedragstherapie - Praktijk De Ruimte
610
post-template-default,single,single-post,postid-610,single-format-standard,bridge-core-1.0.1,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-title-hidden,qode_grid_1200,footer_responsive_adv,qode-content-sidebar-responsive,qode-theme-ver-18.1,qode-theme-bridge,wpb-js-composer js-comp-ver-5.7,vc_responsive

De Stoïcijnen – de denkers die de basis hebben gelegd voor de cognitieve gedragstherapie

Rationeel Emotieve Therapie, een vorm van cognitieve gedragstherapie die in praktijk de Ruimte wordt gebruikt, is bedacht door Albert Ellis. Hij werd bij het vormgeven van RET niet alleen sterk beïnvloed door zijn eigen persoonlijke ervaringen, maar putte ook veel inspiratie uit de filosofie van de Stoïcijnen, zoals die beschreven werd door Seneca en Epictetus. Deze denkstroming en levenswijsheid kwam op in 3e eeuw voor Chr. en duurde zo’n 700 jaar, totdat het christendom in de Romeinse en Griekse wereld een staatsreligie werd.

Hier enkele voorbeelden van de stoïcijnse levenshouding, bekend uit de vele brieven van Seneca. Hier bijvoorbeeld uit de correspondentie met zijn vriend Lucilius, een gemeente-ambtenaar uit Sicilië.

Op een dag hoort Lucilius dat er een rechtzaak tegen hem zal worden aangespannen, die hem waarschijnlijk zijn baan en goede naam zal gaan kosten. In paniek schrijft hij Seneca en vraagt om raad. Seneca antwoordt dat Lucilius misschien verwacht dat hij zal adviseren zich een zonnige uitkomst voor te stellen en af te wachten in de “welgevalligheid van de hoop”, maar dat hij zijn vriend daarentegen via een andere route naar kalmte en moed zou leiden. Seneca zegt tegen Lucilius: als je je zorgen wilt indammen, dan moet je je voorstellen dat waar je bang voor bent zeker gaat gebeuren. Maar daarna moet je jezelf eraan herinneren dat zelfs je ergste voorstelling – vernedering, armoede en werkloosheid – uiteindelijk niet het einde van de wereld zijn.

Als je de rechtszaak verliest, kan je dan iets ergers gebeuren dan verbannen of gevangen genomen worden? vraagt Seneca, die zelf acht jaar verbannen was geweest op Corsica en het had overleefd. “Je moet hopen op het meest rechtvaardige en jezelf voorbereiden op het meest onrechtvaardige. Niets zou onverwacht voor ons moeten zijn. Onze gedachten zouden vooruit gezonden moeten worden naar alle mogelijke problemen, niet om alleen te overwegen wat waarschijnlijk is, maar naar alles wat kan gebeuren.”

Nu ging het er in de tijd van de oude Grieken en Romeinen wel wat heftiger aan toe dan nu. Ons hangt geen verbanning boven het hoofd na een kleine misstap, dus zo breed hoeven wij het spectrum van “wat kan gebeuren” gelukkig niet te maken. Seneca stelt ons echter iets belangrijks voor, namelijk om de eeuwige instabiliteit van mens en natuur te accepteren: wat zeker en veilig voor ons lijkt, valt op de lange termijn onvermijdelijk ten prooi aan verval en destructie. We bouwen een huis, dat op een dag zal instorten. We veroveren een keizerrijk, dat uiteindelijk zal afbrokkelen. We kopen een nieuw servies, maar het zal de eeuwigheid niet trotseren. Hij vindt dat we daar maar beter van tijd tot tijd bij stil kunnen staan, om vanaf dat punt de waarde en schoonheid van het leven dat je hebt te herwaarderen.

Het doel van stoïcijns denken is dus niet om “koel” en afstandelijk te zijn t.a.v. nare dingen die kunnen gebeuren, maar ons te sterken in het idee dat we die nare dingen wel het hoofd kunnen bieden, als we beseffen dat we tot veel meer in staat zijn dan we doorgaans denken.